Transparantie over jaarrekening

Gepubliceerd op  donderdag 25 juni 2026 om 10u
Naar aanleiding van een aantal opmerkingen tijdens de zitting van de Gemeenteraad van 22 juni, wil het lokaal bestuur graag extra duiding geven bij verschillende elementen uit de jaarrekening van 2025.

Toelichting jaarrekening

Op woensdag 15 juli 2026 om 19u vindt er een infosessie plaats rond de budgettering van het lokaal bestuur Sint-Truiden in de schouwburg van CC de Bogaard. Alle geïnteresseerden zijn van harte welkom.

Gelieve vooraf in te schrijven via deze link. Je kan hier ook alvast jouw vraag/vragen doorgeven.
Inschrijven kan tot en met dinsdag 14 juli 2026. 

Herwaarderingsmeerwaarde (47,6 miljoen euro)

Het lokaal bestuur Sint-Truiden bezit een participatie in Fluvius. Tot eind 2024 was die in de boekhouding opgenomen voor 38.446.468,40 euro, wat overeenkomt met de waarde op het moment van inbreng.
Vanaf 2025 heeft Fluvius beslist om die participaties anders te waarderen. In plaats van de oorspronkelijke waarde, wordt nu gekeken naar het aandeel in het totale eigen vermogen van Fluvius. Voor Sint-Truiden betekent dit een nieuwe waardering van 85.991.399,51 euro.
Het verschil tussen beide bedragen, 47.544.931,11 euro, wordt geboekt als een herwaarderingsmeerwaarde (afgerond 47,6 miljoen euro).

Het is belangrijk om dit correct te interpreteren. Het gaat om een louter boekhoudkundige aanpassing. Er komt geen geld binnen en er verandert niets aan de beschikbare kasmiddelen of aan de dagelijkse werking van de stad. Het lokaal bestuur beschikt hiermee niet over extra financiële ruimte.
De herwaardering heeft wel een effect op het netto-actief, dat stijgt. Dat netto-actief is het verschil tussen alle bezittingen en alle schulden. Op het einde van 2025 bedraagt dit 172.950.816 euro.

Het is echter niet correct om dit te vergelijken met het eigen vermogen van een onderneming. Bij een bedrijf ontstaat eigen vermogen doordat aandeelhouders kapitaal inbrengen. Een lokaal bestuur heeft geen aandeelhouders en ontvangt geen ingebracht kapitaal. Het netto-actief is dus een boekhoudkundig saldo, berekend volgens de regels van de BBC, en de rechtstreekse vergelijking met het eigen vermogen van een bedrijf gaat hier niet op.

Voorzieningen en de correctie

Voorzieningen zijn bedragen die het lokaal bestuur opzijzet om toekomstige kosten of risico’s op te vangen. Ze maken deel uit van een voorzichtig financieel beleid.

In 2024 had Sint-Truiden een voorziening aangelegd voor de responsabiliseringsbijdrage (een bijdrage die te maken heeft met pensioenlasten). Die werd toen berekend op basis van het geraamde deficit en bedroeg in totaal 22.749.536 euro eind 2024.

In 2025 werd deze berekening gecorrigeerd. Volgens de regels moet de voorziening namelijk niet gebaseerd zijn op het deficit zelf, maar op de effectieve responsabiliseringsbijdrage. Die wordt berekend door het deficit te vermenigvuldigen met een responsabiliseringscoëfficiënt, waardoor het resultaat lager uitvalt.
Op basis daarvan moest de voorziening worden aangepast naar 17.213.000 euro. Dat betekent dat een bedrag van 5.536.536 euro kon worden teruggenomen uit de voorziening.

Ook hier is het belangrijk om dit juist te begrijpen. Deze terugname betekent niet dat er extra middelen vrijkomen. Ze geeft aan dat de oorspronkelijke inschatting te hoog was en nadien werd bijgesteld op basis van correctere parameters. Zulke schommelingen zijn normaal en passen binnen een voorzichtig en regelconform financieel beheer.

Beoordeling van de financiële positie

Bij de beoordeling van de financiële gezondheid van een lokaal bestuur moet men voorzichtig zijn met het trekken van conclusies op basis van individuele posten zoals een herwaardering of een voorziening.
De boekhouding van lokale besturen is in de eerste plaats budgettair, waardoor deze balansposten een eerder beperkte betekenis hebben op zich.

Daarom wordt de financiële toestand beoordeeld aan de hand van een aantal wettelijk vastgelegde indicatoren, zoals het budgettair resultaat, de autofinancieringsmarge en de schuldgraad. Deze geven een breder en betrouwbaarder beeld van de vraag of het lokaal bestuur haar uitgaven onder controle heeft, investeringen kan dragen en haar schulden beheersbaar houdt. Ze worden bovendien ook opgevolgd door de toezichthoudende overheid.

In beide gevallen gaat het om aanpassingen die voortvloeien uit de boekhoudregels. Ze hebben een impact op de cijfers in de jaarrekening, maar niet rechtstreeks op de beschikbare middelen of de werking van de stad. De financiële gezondheid moet dan ook vooral beoordeeld worden op basis van de bredere budgettaire indicatoren.

Naar top